U kunt ons ook telefonisch bereiken op

Lijfrente

Zelf iets ondernemen voor uw oude dag
Soms is het pensioen wat u ontvangt van de overheid en uw werkgever niet genoeg. Dit kan als u een tijdje zelfstandig ondernemer bent geweest of u gewisseld bent van werkgever. Er kan hierdoor een tekort op uw pensioen ontstaan, het zogenoemde pensioengat. De lijfrente biedt hier een oplossing voor. Met behulp van de lijfrente kunt u een vermogen opbouwen die na pensioensdatum een uitkering geeft.

Een lijfrente is een periodieke uitkering die afhankelijk is van de vraag of iemand (nog) in leven is. De uitkering stopt bij zijn (of haar) overlijden. Een lijfrente is dus een soort "pensioen". Pensioenregelingen kennen strenge regels. Wie dan ook behoefte heeft aan meer variatie, bijvoorbeeld een hoger pensioen (levenslang of alleen de eerste paar jaren),  of wie eerder met pensioen wil, kan dat vrijwel uitsluitend via "lijfrente" realiseren. 
Zo kunt u met lijfrente, binnen zekere grenzen, dus zelf bepalen wanneer die uitkering moet beginnen, maar ook wanneer deze moet stoppen.
En voor de ondernemer is lijfrente zelfs de enige manier om fiscaal gunstig te zorgen voor gegarandeerd oudedagsinkomen.

Lijfrentesparen
Lijfrentesparen is banksparen voor de eigen oude dag of voor de verzorging van de nabestaanden. In de praktijk bieden bancaire instellingen voor deze fases aparte rekeningen aan, namelijk de opbouwrekening en de uitkeringsrekening. Sparen en beleggen kan zowel in de opbouwrekening als in de uitkeringsrekening.

Onder voorwaarden valt de lijfrentespaarrekening in box 1 van de inkomstenbelasting. De inleg is tot een bepaald maximum fiscaal aftrekbaar onder de rubriek ‘uitgaven voor inkomensvoorzieningen’ en de uitkeringen worden te zijner tijd belast onder de rubriek ‘periodieke uitkeringen en verstrekkingen’. De maximumhoogte van de fiscaal aftrekbare inleg wordt op dezelfde wijze bepaald als bij de premies voor fiscaal ondersteunde lijfrenteverzekeringen. De waarde van de spaarrekening is niet belast in box 3.

De lijfrentespaarrekening kan meerdere rekeninghouders hebben (het kan bijvoorbeeld een ‘en/of’ rekening zijn). Fiscaal is het vereist dat de belastingplichtige die voor aftrek van de op de spaarrekening ingelegde bedrage in aanmerking wil komen, rekeninghouder moet zijn.

Als de lijfrentespaarrekening wordt afgekocht, of als sprake is van een andere fiscaal niet-toegestane handeling, dan is sprake van een schending van de (fiscale) voorwaarden. Daarvan is ook sprake als het spaartegoed niet wordt gebruik voor één van de eerdergenoemde doelen. Dit heeft tot gevolg dat over het gehele tegoed ineens belasting wordt geheven bij de rekeninghouder en dat bij hem tevens revisierente wordt geheven ter grootte van 20 procent van het tegoed.

Opbouwrekeningen
Aanbieders van banksparen hebben inmiddels in ruimte mate lijfrentespaarproducten op de markt gebracht. De bancaire opbouwproducten hebben in het algemeen de volgende kenmerken:

  • de klant kan kiezen tussen sparen en beleggen, of een combinatie daarvan
  • het doelvermogen is bestemd voor aankoop van een reeks termijnen (lijfrentesparen) of een lijfrenteverzekering
  • het rentepercentage (spaarvariant) is ofwel vast gedurende een bepaalde periode, ofwel variabel
  • de hoogte van het vaste rentepercentage (spaarvariant) hangt af van de rentevaste periode
  • aankoop van beleggingsparticipaties bij inleg is veelal kosteloos. Aan verkoop van participaties zijn doorgaans kosten verbonden. Soms is sprake van beheerskosten
  • bij een vast rentepercentage (spaarvariant) worden bij tussentijdse opname van het tegoed kosten in rekening gebracht, tenzij de marktrente op dat moment gelijk is aan de contractrente, of lager is dan de contractrente
  • bij overlijden gaat het saldo in termijnen naar de erfgenamen
  • verzekeren van het overlijdensrisico is optioneel

Uitkeringsrekeningen
De uitkeringsrekeningen die in het kader van lijfrentesparen worden aangeboden, hebben doorgaans de volgende kenmerken: 

  •  keuze tussen sparen of beleggen, of een combinatie daarvan
  •  het rentepercentage (spaarvariant) staat vast gedurende de gehele uitkeringstermijn. De hoogte van het rentepercentage hangt af van de looptijd van de uitkering
  • de uitkering is een vast bedrag gedurende de gehele looptijd. Uitkeringsrekeningen in de beleggingsvariant zijn vooralsnog zeldzaam
  • bij tussentijdse opname of oversluiting naar een ander lijfrenteproduct worden kosten in rekening gebracht, tenzij de marktrente op dat moment gelijk is aan de contractrente, of lager is dan de contractrente
  • bij overlijden gaat het saldo in termijnen naar de erfgenamen. Waarbij de hoogte van de uitkering en de resterende looptijd worden gehandhaafd.

De pensioendatum
De einddatum van uw lijfrentepolis of lijfrenterekening is bereikt.De fiscus staat u nog steeds toe op verschillende manieren om te gaan met uw opgebouwde lijfrentevermogen. Mits u er maar een lijfrente voor koopt. En, net als bij salaris en pensioen, worden deze lijfrentetermijnen gewoon belast. Met inkomstenbelasting. U kunt kiezen uit een aantal mogelijkheden:

  • een levenslange uitkering, voor wie nog geen pensioen geregeld heeft 
  • een tijdelijke uitkering, voor wie eerder met pensioen wil 
  • een tijdelijke uitkering van minimaal vijf jaren, voor wie het pensioen te laag vindt
  • een combinatie van deze drie

 


Het pensioeninkomen van de ondernemer
Waar iemand in loondienst (een deel van) het pensioen kan laten regelen via de werkgever, heeft de ondernemer het minder makkelijk. Hij (of zij) zal alles zelf moeten regelen. Hier onder leest u de drie mogelijkheden voor een ondernemer.

Verkoopwaarde van de onderneming
Voor sommige ondernemers zal op de pensioendatum blijken dat de onderneming (nog) verkoopwaarde heeft. Voor die ondernemer is die verkoopwaarde dan ook een duidelijk onderdeel van het oudedagsinkomen. Andere ondernemers zullen niet op een riante verkoop kunnen rekenen. 
Een niet onbelangrijke feit is verder de vraag met welk bedrag de fiscus de "stille reserves" zal gaan belasten, zodra de ondernemer "stopt". Kortom, of de verkoop van de onderneming in de toekomst voldoende middelen op zal leveren om "met pensioen te gaan" hangt van veel (onzekere) factoren af.

FOR
Jaren geleden heeft de overheid voor de ondernemer de FOR (Fiscaal Oudedags Reserve) in het leven geroepen. Een fiscale mogelijkheid om een deel van de winst te reserveren voor de "oude dag". Een uitstekende mogelijkheid dus om pensioenvermogen op te bouwen.

FOR betekent daar simpelweg een vergroting van de liquiditeit. Liquiditeit, die in de eigen onderneming kan worden belegd en goedkoper is dan bankkrediet. Helaas kan de FOR zich in die gevallen zelfs tegen de ondernemer keren. Immers de ondernemer heeft jaarlijks een deel van de winst in de FOR "gestopt". Wanneer die totale FOR-reserve op de pensioendatum niet gebruikt kan worden om pensioen aan te kopen, wordt de FOR-reserve belast door de fiscus.

Tweede nadeel is dat het via de FOR opbouwen van "oudedagsvermogen" beperkt wordt door de hoogte van het ondernemersvermogen. En wie geen "rijke" onderneming heeft, kan dus tevens niet goed "meedoen" aan de FOR

Lijfrente
Tot slot is er de lijfrentemogelijkheid. Op de pagina hiervoor hebt u er uitgebreid kennis van kunnen nemen. Het betekent wel (deels) verlies van liquiditeit. Er wordt immers een overeenkomst gesloten met een verzekeraar. Maar het betekent tevens een volledig veilig stellen van pensioenvermogen. Een daadwerkelijk reserveren.

Wel is het van belang na te gaan of de rendementen voldoende groot zijn. Of er van een voldoende groot verschil in belastingdruk gebruik gemaakt kan worden. Maar als dat interessant blijkt te zijn, staat het hele scale aan lijfrentemogelijkheden open. Koopsommen, premiepolissen of combinaties van beide; koppelingen aan arbeidsongeschiktheid en aan verzorging van nabestaanden, de mogelijkheden zijn legio.

Maar ook voor de ondernemer geldt, wacht er niet te lang mee. Wie 64 is geworden, heeft weinig mogelijkheden mee


In het algemeen kan wel gezegd worden, dat diegene die op zijn pensioendatum geen hypotheeklasten meer heeft, zich minder bezorgd hoeft te maken dan diegene die dan nog steeds (jaarlijks stijgende) woonlasten heeft.

Maar voor de zelfstandig ondernemer, en zeker ook voor grote groepen andere werknemers, is het beslist zinvol ruim vooraf na te gaan, hoe het pensioen nu werkelijk geregeld is. Ruim vooraf. Want wie net 64 jaar geworden is, heeft weinig tijd meer om nog iets te regelen.

Er zijn tal van verzekeringsvormen beschikbaar om deze "gaten" te dichten. De meest bekende is wel de "lijfrenteverzekering". Een verzekering waarvan de premie ook nog eens fiscaal aftrekbaar is.
Of we daar in uw geval gebruik van moeten maken, hangt van veel verschillende omstandigheden af. Vandaar dat u hieronder de pensioentest aantreft.
Noteert u voor uzelf eens de antwoorden, voorzover op u van toepassing.
Veel "A"is uitstekend. "B" is minder goed. En veel "C" is ronduit rampzalig.

Weest u wel eerlijk tegen uzelf. Niemand kent uw antwoorden. Niemand ziet ze.
Deze lijst is dan ook uitsluitend bedoeld, om u echt op weg te helpen.
Maar telt u met name het aantal keren B en (zeker) C.
 
De pensioen-test

Hebt u op uw 65-e 40 jaren in loondienst gewerkt?

  1. Ja
  2. nee, maar wel meer dan 30 jaar
  3. nee, en zelfs minder dan 30 jaren

Hebt u een eigen woning?

  1. Ja, en de hypotheeklasten zijn verdwenen op mijn 65-e
  2. ja, maar de hypotheek is op mijn 65-e nog niet afgelost
  3. nee

Bent u vaak van baan veranderd?

  1. nee
  2. ja, 1 keer
  3. ja, meer dan 2 keer

Bent u gescheiden (geweest)

  1. nee
  2. ja, maar het huwelijk heeft niet langer dan 5 jaar geduurd
  3. ja, het huwelijk duurde daarbij langer dan 5 jaar

Bent u arbeidsongeschikt (geweest)?

  1. nee
  2. ja, maar korter dan 1 jaar
  3. ja, en langer dan 1 jaar

Heeft u een jongere partner?

  1. nee
  2. ja, maar mijn partner is geboren na 1950
  3. ja, en mijn partner is geboren voor 1950

Heeft uw partner een eigen inkomen?

  1. nee
  2. ja, maar dit is minder dan 10% van ons totale inkomen
  3. ja, en dit is meer dan 20% van ons totale inkomen

Bent u zelfstandig ondernemer (geweest)?

  1. nee
  2. ja, maar korter dan 1 jaar
  3. ja, en langer dan 1 jaar 

Allemaal A? Dan hoeft u zich nauwelijks ongerust te maken. Er zijn geen foute pensioenmomenten geweest. Geen "pensioengaten" dus.  Wat nu over blijft is de vraag hoe goed uw pensioenregeling zelf is. Dat rekenen we graag even met u na. Voor de zekerheid.

Of hebt u toch meer dan 4 keer B in moeten vullen? Dan kan er reden zijn voor onrust. Er kunnen gaten in uw pensioenregeling zitten.

En wanneer u meer dan 2 keer C hebt moeten antwoorden is er echt iets mis. Want dan hebt u zonder enige twijfel een tekort aan pensioen.