U kunt ons ook telefonisch bereiken op

Pensioen

Pensioen van uw werkgever
Wie zich in zijn eigen pensioen gaat verdiepen, komt al snel tot de ontdekking dat het een vrij ingewikkelde materie is. Ingewikkelder wordt het wanneer we nagaan welk type pensioen er gehanteerd is. Want juist het type pensioen bepaalt op welke manier uw pensioenrechten meegroeien met salarisstijgingen. Nog ingewikkelder wordt het wanneer we nagaan op welke manier het pensioen, wanneer het eenmaal is ingegaan, meestijgt met de inflatie. Wat het nog moeilijker maakt is wanneer we na proberen te gaan op welke manier de wetgever toestaat iets extra’s te doen. Als u bijvoorbeeld eerder met pensioen wilt.

Allereerst is pensioen niets anders dan "uitgesteld loon". Uitgesteld loon dat verdiend werd tijdens de werkzame periode. Pensioen heeft dan ook altijd te maken met een (voormalig) dienstverband.

AOW
De AOW is de basis  van iedere pensioenregeling.  Is iemand ongehuwd, dat ontvangt hij of zij de ongehuwden AOW. Is iemand getrouwd of samenwonend en heeft de partner zelf weinig of geen inkomen, dan wordt een toeslag gegeven op die ongehuwden AOW. En door die toeslag ontstaat de gehuwden AOW.    
En vanaf het moment, dat iemand 65 is geworden ontstaat zo het recht op alleenstaanden-AOW, plus eventueel de toeslag voor gehuwden/samenwonenden. Het "oude-dags-inkomen" wordt dan gevormd door de totale AOW plus (eventueel) het pensioen dat via de werkgever werd opgebouwd

Het AOW-gat
Per 1 januari 2015 is de partnertoeslag, van AOW-ers met een partner die jonger is dan 65 jaar, komen te vervallen. Voor personen die zijn geboren op of na 1 januari 1950 en dus op of na 1 januari 2015 de 65-jarige leeftijd bereiken, kan het gezamenlijk inkomen hierdoor tijdelijk lager worden. Dit wordt het AOW-gat genoemd. De grootte van dit gat is afhankelijk van het leeftijdsverschil tussen beide partners. Er zijn verschillende mogelijkheden om dit tekort op te vangen.


Opbouwvormen
Het opbouwen van pensioenrechten, simpel gezegd het "sparen voor het pensioen", kan in beginsel op vier verschillende manieren:
1. Beschikbare premie
2. Middelloon
3. Gematigd eindloon (ook wel eindloon 55 genoemd)
4. Eindloon

Beschikbare premie
De werkgever stelt jaarlijks een vast bedrag aan pensioenpremie beschikbaar. Er wordt in deze vorm dus een pensioen opgebouwd, dat vrijwel geen enkele relatie meer heeft met uw salaris. Er worden immers vaste premiebedragen betaald. Ongeacht het salaris. In enkele regelingen betaalt de werkgever een vast percentage premie van uw salaris.
Hoe dan ook, hoeveel pensioen u hierdoor dus opbouwt, hangt sterk af van de manier waarop uw pensioenpremies voor u worden belegd. En een eindresultaat is dan ook maar moeilijk in te schatten.

Middelloon
Hier wordt wel een relatie gelegd met uw salaris. De werkgever betaalt jaarlijks een bedrag aan pensioenpremie, dat voldoende hoog is om 1,75% van uw dan geldende salaris als pensioenrecht veilig te stellen. Helaas betekent dit bij 40 dienstjaren niet dat u inderdaad 40 x 1,75% ofwel 70% van uw laatste salaris zult ontvangen. Jaarlijks wordt immers 1,75% ingekocht van uw op dat moment geldende salaris. In deze regeling wordt dan ook 70% opgebouwd van uw gemiddelde salaris.

Eindloon
Bij een salarisstijging zal telkens blijken dat het onder middelloon eerder ingekochte pensioenrecht niet meer voldoende is. Bij een eindloonregeling worden ook de tekorten, die zo ontstaan, aangevuld. Een eindloonregeling garandeert dus simpelweg 70% van het laatste geldende salaris. Een uitermate dure regeling.

Gematigd eindloon
Dit is een combinatie van middelloon en eindloon. Doorgaans wordt bij een "gematigd eindloon"-regeling jaarlijks zoveel premie betaald, dat er een eindloonregeling ontstaat tot de 50ste of 55ste verjaardag. En vanaf dat moment wordt de regeling voor de nog komende jaren omgezet in een "middelloon"-regeling. De tekorten die daarna bij een salarisstijging ontstaan, worden vanaf die datum dus niet meer aangevuld.

Tekort aan pensioen
Allereerst kunt u zich de vraag stellen of een tekort ook werkelijk een tekort is. Een daling van het netto inkomen is immers niet erg wanneer daar een daling van lasten tegenover staat. Wij helpen u graag.


Het pensioeninkomen van de ondernemer
Waar iemand in loondienst (een deel van) het pensioen kan laten regelen via de werkgever, heeft de ondernemer het minder makkelijk. Hij (of zij) zal alles zelf moeten regelen. Hier onder leest u de drie mogelijkheden voor een ondernemer.

Verkoopwaarde van de onderneming
Voor sommige ondernemers zal op de pensioendatum blijken dat de onderneming (nog) verkoopwaarde heeft. Voor die ondernemer is die verkoopwaarde dan ook een duidelijk onderdeel van het oudedagsinkomen. Andere ondernemers zullen niet op een riante verkoop kunnen rekenen. 
Een niet onbelangrijke feit is verder de vraag met welk bedrag de fiscus de "stille reserves" zal gaan belasten, zodra de ondernemer "stopt". Kortom, of de verkoop van de onderneming in de toekomst voldoende middelen op zal leveren om "met pensioen te gaan" hangt van veel (onzekere) factoren af.

FOR
Jaren geleden heeft de overheid voor de ondernemer de FOR (Fiscaal Oudedags Reserve) in het leven geroepen. Een fiscale mogelijkheid om een deel van de winst te reserveren voor de "oude dag". Een uitstekende mogelijkheid dus om pensioenvermogen op te bouwen.

FOR betekent daar simpelweg een vergroting van de liquiditeit. Liquiditeit, die in de eigen onderneming kan worden belegd en goedkoper is dan bankkrediet. Helaas kan de FOR zich in die gevallen zelfs tegen de ondernemer keren. Immers de ondernemer heeft jaarlijks een deel van de winst in de FOR "gestopt". Wanneer die totale FOR-reserve op de pensioendatum niet gebruikt kan worden om pensioen aan te kopen, wordt de FOR-reserve belast door de fiscus.

Tweede nadeel is dat het via de FOR opbouwen van "oudedagsvermogen" beperkt wordt door de hoogte van het ondernemersvermogen. En wie geen "rijke" onderneming heeft, kan dus tevens niet goed "meedoen" aan de FOR

Lijfrente
Tot slot is er de lijfrentemogelijkheid. Op de pagina hiervoor hebt u er uitgebreid kennis van kunnen nemen. Het betekent wel (deels) verlies van liquiditeit. Er wordt immers een overeenkomst gesloten met een verzekeraar. Maar het betekent tevens een volledig veilig stellen van pensioenvermogen. Een daadwerkelijk reserveren.

Wel is het van belang na te gaan of de rendementen voldoende groot zijn. Of er van een voldoende groot verschil in belastingdruk gebruik gemaakt kan worden. Maar als dat interessant blijkt te zijn, staat het hele scale aan lijfrentemogelijkheden open. Koopsommen, premiepolissen of combinaties van beide; koppelingen aan arbeidsongeschiktheid en aan verzorging van nabestaanden, de mogelijkheden zijn legio.

Maar ook voor de ondernemer geldt, wacht er niet te lang mee. Wie 64 is geworden, heeft weinig mogelijkheden mee


Pensioentest
In het algemeen kan wel gezegd worden, dat diegene die op zijn pensioendatum geen hypotheeklasten meer heeft, zich minder bezorgd hoeft te maken dan diegene die dan nog steeds (jaarlijks stijgende) woonlasten heeft.

Maar voor de zelfstandig ondernemer, en zeker ook voor grote groepen andere werknemers, is het beslist zinvol ruim vooraf na te gaan, hoe het pensioen nu werkelijk geregeld is. Ruim vooraf. Want wie net 64 jaar geworden is, heeft weinig tijd meer om nog iets te regelen.

Er zijn tal van verzekeringsvormen beschikbaar om deze "gaten" te dichten. De meest bekende is wel de "lijfrenteverzekering". Een verzekering waarvan de premie ook nog eens fiscaal aftrekbaar is.
Of we daar in uw geval gebruik van moeten maken, hangt van veel verschillende omstandigheden af. Vandaar dat u hieronder de pensioentest aantreft.
Noteert u voor uzelf eens de antwoorden, voorzover op u van toepassing.
Veel "A"is uitstekend. "B" is minder goed. En veel "C" is ronduit rampzalig.

Weest u wel eerlijk tegen uzelf. Niemand kent uw antwoorden. Niemand ziet ze.
Deze lijst is dan ook uitsluitend bedoeld, om u echt op weg te helpen.
Maar telt u met name het aantal keren B en (zeker) C.
 
De pensioen-test

Hebt u op uw 65-e 40 jaren in loondienst gewerkt?

  1. Ja
  2. nee, maar wel meer dan 30 jaar
  3. nee, en zelfs minder dan 30 jaren

Hebt u een eigen woning?

  1. Ja, en de hypotheeklasten zijn verdwenen op mijn 65-e
  2. ja, maar de hypotheek is op mijn 65-e nog niet afgelost
  3. nee

Bent u vaak van baan veranderd?

  1. nee
  2. ja, 1 keer
  3. ja, meer dan 2 keer

Bent u gescheiden (geweest)

  1. nee
  2. ja, maar het huwelijk heeft niet langer dan 5 jaar geduurd
  3. ja, het huwelijk duurde daarbij langer dan 5 jaar

Bent u arbeidsongeschikt (geweest)?

  1. nee
  2. ja, maar korter dan 1 jaar
  3. ja, en langer dan 1 jaar

Heeft u een jongere partner?

  1. nee
  2. ja, maar mijn partner is geboren na 1950
  3. ja, en mijn partner is geboren voor 1950

Heeft uw partner een eigen inkomen?

  1. nee
  2. ja, maar dit is minder dan 10% van ons totale inkomen
  3. ja, en dit is meer dan 20% van ons totale inkomen

Bent u zelfstandig ondernemer (geweest)?

  1. nee
  2. ja, maar korter dan 1 jaar
  3. ja, en langer dan 1 jaar 

Allemaal A? Dan hoeft u zich nauwelijks ongerust te maken. Er zijn geen foute pensioenmomenten geweest. Geen "pensioengaten" dus.  Wat nu over blijft is de vraag hoe goed uw pensioenregeling zelf is. Dat rekenen we graag even met u na. Voor de zekerheid.

Of hebt u toch meer dan 4 keer B in moeten vullen? Dan kan er reden zijn voor onrust. Er kunnen gaten in uw pensioenregeling zitten.

En wanneer u meer dan 2 keer C hebt moeten antwoorden is er echt iets mis. Want dan hebt u zonder enige twijfel een tekort aan pensioen.